Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Bresproef in Leendert de Boerspolder

Terug
Datum: 5-10-2015

Risicoanalyse rondom het falen van een dijk wordt door verschillende processen beïnvloed. Eén van die processen is de vorming van een bres tijdens een dijkdoorbraak. Bresgroei betekent groei van een gat in een waterkering. Zodra een veendijk bezwijkt kan de stroming door de dijk, het dijklichaam verder doen eroderen. De snelheid waarmee de bres groeit zal het debiet door de bres bepalen, en daarmee ook de mate van de schade beïnvloeden. Om meer inzicht te krijgen in het bresgroeiproces in veendijken voert de TU Delft een proef uit om de bresgroei bij een dijkdoorbraak te bepalen.  In het verleden zijn al bresgroeimodellen ontwikkeld voor het falen van zanddijken en kleidijken. Echter, tot op heden is er nog geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van falen van een veendijk.

Goede combinatie testen
De  dijkbezwijkproef in de Leendert de Boerspolder leent zich goed voor het uitvoeren van een proef rondom bresgroei. Aangezien de veranderingen aan de dijkgeometrie, en de waterstanden in de omringende boezemwater en in de polder al gemonitord worden is het enkel noodzakelijk om de stroming door de bres te bepalen om de proef uit te breiden met een bresproef. 

Uitdaging bij bresproef
De uitdaging bij deze proef is om de stroomsnelheden te meten zonder te weten waar en wanneer de dijk doorbreekt en de bres ontstaat.  Dit bemoeilijkte het opstellen van een meetplan, terwijl het nauwkeurig meten van snelheden en debieten tijdens bresformatie in dijken op zichzelf al een uitdaging is. De uitdaging wordt aangegaan door op 3 manieren de debieten door de bres te meten.

  1. Door de waterstanden in de Leendert de Boerspolder te monitoren tijdens het ontstaan van de bres. Het deel van de polder dat nog niet onder water staat is vrij klein waardoor een vrij grote foutmarge ontstaat. Daarom wordt naast deze methode ook met onderstaande methoden metingen verricht.  
  2. De waterstandsverlaging in de Hanepoel wordt gemeten en de instroom en uitstroom in en uit de Hanepoel worden gemeten. Deze meting kan worden vergeleken met bovenstaande meting. Ook hier zal echter sprake zijn van een vertraging met bijbehorende foutmarge.
  3. Tot slot wordt het verticaal stromingsprofiel op ongeveer 10m afstand van de dijk gemeten. Tijdens de bres zal er een contracterende stroming ontstaan door de bres. Theoretisch gezien zijn deze contracterende stroomlijnen hyperbolen.  Dit betekent dat een potentiaalnet beschreven wordt door een elliptisch coördinatensysteem. Door op een punt in dit coördinatensysteem de snelheidspotentiaal en drukpotentiaal te bepalen zou deze op elk punt in het potentiaalveld te bepalen zijn. Aan de hand hiervan en de informatie die volgt uit metingen van de bresgroei is het ook mogelijk debieten en stroomsnelheden af te leiden.  Dit zorgt voor metingen met een kleine vertraging en is daarmee redelijk nauwkeurig

Meer inzichten in bresgroei in veendijken
Door alle drie de metingen met elkaar te vergelijken is de verwachting dat een goede schatting van de  werkelijke stroomsnelheden door de bres kan worden verkregen. Het vergelijken van de stroming met de snelheid van de bresgroei kan dan worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in de erodeerbaarheid van veen en het bresgroeiproces in veendijken. 

Onderschrift bij foto

Locaties snelheidsmetingen omgeving Hanepoel . Het meten van de stroomsnelheid wordt gemeten door middel van een  horizontaal wijzende ADCP (Acoustic Doppler Current Profiler) en een  ADV (Acoustic Doppler Velocimeter) op de plekken waar het water de Hanepoel instroomt (proef 2). De Vertical ADCP meet de stroomsnelheid ter plaatse van de testdijk (proef 3)